Eind 1982 reed een 23-jarige, net afgestudeerde tandarts met zijn vriendin in een Renault 4 Safari door Midden-Nederland. Op zoek naar die ultieme plek om de komende 40 jaar te wonen en werken. Want dat deden tandartsen toch altijd: neerstrijken en “blijf zitten waar je zit, en verroer je niet”? Elburg, leuk aan een meer, mooi stadje. Rossum Gelderland, ook mooi aan het water, nu aan een dijk achter een rivier. Ook Diepenheim op onze route, op een mooie, zonnige zondag. Vanaf de kerk reden we langs een kasteel een idyllisch plaatsje binnen. Gestopt bij een galerietje in een oud stadhuisje. Wat prachtig hier. En er zat geen tandarts in dat kabouterstadje.
Wie niet waagt, die niet wint. De medewerking van de gemeente was optimaal. De jonge tandarts schoof aan bij de burgemeester en zijn gemeentesecretaris, dat kon hier nog, en zij zagen kansen voor hun stadje. Bemiddeling bij een praktijkruimte was zo voor elkaar. Hier hielden ze niet van moeilijk doen, een plekje achter in het oude, inmiddels oude oude, gemeentehuis was groot genoeg. Hup verbouwen maar, en de aannemer had ook nog woonruimte voor het jonge stel. En zo was het in twee maanden voor elkaar: Diepenheim had voor het eerst in zijn 877-jarig bestaan een werkende tandarts. Veel Deepsen waren direct enthousiast, maar ook het Twentse “kat uit de boom kijken” vierde nog een tijdje de boventoon. Want in een tijd dat de kruideniers en bakkers, en veel andere winkeltjes, het loodje legden, en dan zo’n sjieke tanden-ambachtsman erbij? Die zou wel geen lang leven beschoren zijn…..
En dan zijn we nu 25 jaar verder in de tijd.
Ik loop nu tegen de vijftig, een stukje grijzer, en inmiddels ook bijna 25 jaar getrouwd met mijn grote liefde van weleer Marjo. Vijf kinderen hebben we aan het Diepenheimse inwo-neraantal toegevoegd.
In maart 1983 alleen begonnen, al vrij snel één assistente, na zes jaar een verhuizing naar een ander pand in het centrum, en nu samenwerking met een mondhygiëniste en vijf part-time assistentes.
Een grote, drukke praktijk inmiddels, maar wel altijd down-to-earth, dicht bij mijzelf geble-ven. Voor de meeste mensen (en kinderen) ben en blijf ik gewoon Erik.
In een klein stadje als Diepenheim wordt je gevolgd, vervolgd en bekeken. Door de tv-uitzending van Spoorloos kennen veel mensen mijn achtergrond.
Je leeft hier niet in een ivoren toren, je moet hier ook niet per se anoniem willen zijn.
En dan kom je er achter dat veel Diepenheimers trouwe, loyale, innemende, vriendelijke mensen zijn. Die jou je werk gunnen, en je je vertrouwen geven en je de kans geven om zo’n mooie praktijk op te bouwen.
En vanaf deze plek wil ik al die mensen bedanken voor deze eerste 25 jaar.
En natuurlijk ook alle Goorsen, Maarkelsen, oet Gelselaar, Enter, Geesteren, Hengevelde, Neede, Haaksbergen, Apeldoorn, noem zo gek maar op, zelfs uit het buitenland
Tsja, en hoe ga je dat nu vieren zo’n jubileum? Als drievoudig New York City marathon deelnemer had ik in mijn hoofd al snel een keus gemaakt. En wat waren ze enthousiast toen ik mijn plan ontvouwde.
En zo zijn we eind februari met z’n achten naar New York geweest. Een geweldige ervaring voor al mijn team-leden, die met hun inzet en toewijding hier de zaak draaiende houden.
Alle highlights hebben we gezien, het Vrijheidsbeeld, Ellis Island, The Financial Center, de Empire State Building, Ground Zero, Central Park, Times Square, Brooklyn Bridge, Gug-genheim Museum. Gewandeld in het besneeuwde Central Park, winkelen in luxe Fifth Avenue-shops, maar ook afdingen in winkeltjes in Chinatown.
De drukte van deze wereldstad, de wolkenkrabbers, de ontelbare gele taxi’s, de multiculturele smeltkroes van inwoners, de immense lichtreclames, de aanhoudende geluiden van sirenes, wat heeft het een indruk achtergelaten.
Vele keren je paspoort laten zien, de voortdurende controle van tassen etc., de sporen van de aanslag op het WTC zijn nog goed voelbaar. Maar deze stad heeft ook iets mystieks, het zuigt je naar buiten, je wilt het allemaal zien, horen en proeven.
En waar staan we nu, na the big Apple?
Gewoon weer met beide benen op de grond in het laagbebouwde Stedeke. Slapen op de eerste in plaats van de achttiende verdieping. Gewoon weer fruit als ontbijt, en geen ham-kaas croissantje met een grote, halve liter cappuccino.
En ’s morgens weer aan de bak, om acht uur de eersten weer in de stoel.
Nog 25 jaar? Dan ben ik 73, en ik weet niet of ik U dat kan aandoen.
De eerste 25 jaar is veel veranderd in materialen en technieken, vroeger grijze vullingen, nu bijna alles wit. Digitale (röntgen-)fotografie. Het hele computergebeuren. Implantaten in de kaak, tandstandcorrecties met allemaal metalen blokjes op de tanden. Dat had ik in 1983 niet kunnen voorspellen.
Dus wat nederigheid voor de komende jaren is op zijn plaats.
Maar wat ik wel hoop is, dat ik mij mag blijven omringen door zo’n trouwe, toegewijde staf. Lieve mensen, bedankt!